De sector energie heeft een neutrale weging in ons beleid. De sector heeft een weging van 7.5 procent. Onze top-picks zijn:

• National Grid
• Royal Dutch Shell
• Veolia

De sector energie heeft een moeilijk jaar achter de rug. Prijzen staan ook in 2017 onder druk door aanhoudende overproductie. Bedrijven schrappen investeringen om hun dividend op peil te houden.
Er zijn een aantal trends zichtbaar in deze sector.

• De sector staat aan de vooravond van een ingrijpend proces. Proces van verduurzaming en overgang naar renewables is niet meer te stoppen
• In de tussentijd zal gas een belangrijke rol gaan spelen
• De rol van schalieolie is nog lang niet uitgespeeld. Sterker nog, de Amerikanen zijn van doorslaggevende invloed op de prijsvorming
• 2017 kan het jaar van de terugkeer van OPEC worden met als gevolg duurzaam prijsherstel. Het prijsherstel zal echter beperkt blijven
• De grote oliereuzen zullen hun winstgevendheid weer zien toenemen, evenals de toeleveranciers

 

Het is alweer ruim 3 jaar geleden dat de prijs van een vat olie definitief door de barrière van $ 50 per vat zakte en zelfs heel even een niveau van $ 27 aantikte. Op dit moment beweegt de prijs rond een niveau van $ 65. Het is echter nog maar de vraag of dit niveau blijvend is of dat deze weer terugzakt naar pakweg $ 55 per vat.

 

De prijsdalingen hebben de oliemaatschappijen veel pijn gedaan en ze gedwongen de tering naar de nering te zetten. Naar eigen zeggen heeft de sector zich uitstekend van die taak gekweten. Kosten zijn zodanig omlaag gegaan dat de maatschappijen winstgevend kunnen opereren bij een prijsniveau van pakweg $ 50 per vat. De weg daarnaartoe zal bekend in de oren klinken. Het mes werd gezet in de operationele kosten, toeleveranciers werden tot grote concessies gedwongen, het mes ging in het personeelsbestand en salarissen werden bevroren. Tenslotte draaiden bedrijven het niveau van de investeringen fors omlaag. Het leverde bedrijven veel winst op. Zo claimt BP dat de kosten sinds 2014 met ongeveer 30% zijn gedaald. Het snijden in de kosten heeft veel resultaat gehad. De cijfers liegen er niet om. De Capex voor Exploratie en Productie lag in 2016 maar liefst 60% lager dan in 2014 en in totaal 440.000 banen gingen in die periode verloren.

 

De vraag is echter of dit alles wel voldoende is. Zijn bedrijven in staat om na al die inspanningen zo ‘fit en afgetraind’ te blijven zoals ze nu zijn? Er zijn gronden voor twijfel. Hier en daar zie je het kostenniveau weer omhoog kruipen. Oliemaatschappijen zijn er meester in om van oudsher de ‘boom and bust’ cyclus te doorstaan. Zodra de prijzen weer de goede kant opgaan, laten ze haast ongemerkt de kostenteugels vieren. Deze attitude deugt niet in een tijdsgewricht dat prijsstijgingen niet meer voor de hand liggen. Het is ook nog steeds een gegeven dat bedrijven hun manier van werken niet fundamenteel hebben aangepakt en geïnnoveerd. In principe blijven ze dezelfde activiteiten ontplooien, maar dan met minder mensen. Als de markt weer aantrekt, dan moeten er in hoog tempo weer nieuwe mensen aangetrokken worden. Die staan dan echter vaak niet te popelen. Soepel (agile) en innovatief inspelen op zich steeds wijzigende omstandigheden is geen sterke karaktertrek van de sector. Een derde grond voor twijfel is, dat oliemaatschappijen weinig moeite doen om meer greep te krijgen op de complexe processen. De sector ziet nog weinig heil in de introductie van nieuwe digitale technologieën.




















Er is met andere woorden veel werk verzet om voor de korte termijn de kosten succesvol omlaag te krijgen, maar er is nog te weinig oog voor de houdbaarheid voor de lange termijn. Het is dus tijd voor een geïntegreerde aanpak om die gewenste transformatie tot stand te brengen. Een eerste stap daartoe is de optimalisatie van het portfolio. Bedrijven moeten klinischer kijken naar de assets die ze hebben en zich afvragen welke van die assets de komende 10 a 20 jaar hun nut en waarde niet of wel verliezen. De scenarioanalyse zoals Shell die sinds jaar en dag toepast, kan daarbij van groot nut zijn. Het is dankzij scenario-analyse dat Shell zijn kaarten heeft gezet op gas! Een tweede stap zou moeten zijn de grootschalige introductie van nieuwe, digitale technologieën, zoals big data-analyse, augmented reality, kunstmatige intelligentie en robotica. Die nieuwe technologieën kunnen vooral ingezet worden om (bedrijfs)processen te optimaliseren, waardoor kosten blijvend omlaag kunnen. Een derde stap moet gericht zijn op het verbeteren van de organisatorische effectiviteit en efficiency. Veel bedrijven in deze sector zijn complex en zwaar opgetuigd. Beter zou het zijn om terug te keren naar een solide kernbedrijf dat soepel en snel kan inspelen op zich wijzigende omstandigheden en dan in het bijzonder op de voortdurende veranderingen in de prijs van een vat olie. Uiteindelijk is een omslag in de bedrijfscultuur en gedrag absoluut noodzakelijk, om veranderingen en de omslag in denken en doen gaande te houden.



















Om alle vier de stappen mogelijk te maken en ook daadwerkelijk te nemen kan het nuttig zijn een performance managementsysteem te implementeren. Dat moet ervoor zorgen dat aangekondigde verbeteringen ook daadwerkelijk doorgevoerd worden. Te vaak blijken het slechts vrome woorden en wensen. Een performance managementprogramma moet ervoor zorgen dat het topmanagement de handen aan de knoppen kan houden en dat vooruitgang daadwerkelijk gemeten wordt. Als alle stappen goed gezet en gemonitord worden, dan is er de beloning naar, zo blijkt uit onderzoek van the Boston Consulting Group. Er kan nog eens $ 2 - $ 6 van de kosten af. Die besparingen komen bovenop de al gerealiseerde. Dat is goed voor het bedrijf en goed voor de aandeelhouder!