De sector industrie heeft een bovengemiddelde weging in ons beleid. De sector heeft een weging van 12.5 procent. Onze top-picks zijn:

• ABB
• Boeing
• Daimler

Voor een uitgebreide analyse van onze individuele aandelen klikt u hier.



De sector industrie is sterk cyclisch van aard. De crisis van 2008 heeft diep ingegrepen in de sector. Na jaren van wisselvallige groei verspreid over de diverse regio’s was 2017 het jaar dat in alle regio’s de industrie een gezonde groei liet zien.


Wij zien de volgende trends in de sector:

•Technologie: de toepassingen zijn ontelbaar en variëren van datacollectie tot monitoring in de fabrieken tot de elektrificatie van de maatschappij. Alles met een stekker kan verbonden worden
•Robotica: harde automatisering van de fabrieken ten einde de productiviteit te doen laten stijgen en de kosten per eenheidproduct te doen laten dalen.
•Connectivity: Internet of Things (IoT) met de meest belangrijke toepassingen home-automation en de zelfrijdende auto.
•Een voor de industrie belangrijke variant is de Industrial Internet of Things. Alle moderne apparaten en machines worden onderling verbonden. Die delen informatie en kunnen zo nieuwe toepassingen ontwikkelen
•Protectionisme: na jarenlange globalisering beginnen belangrijke geïndustrialiseerde landen (w.o. de VS) het belang van een sterke industrie in eigen land voorop te stellen




 

In deze tijden van een groeiende nadruk op duurzaamheid ziet ook het bedrijfsleven zich voor de vraag gesteld hoe hun winstgevendheid te verbeteren zonder zijn afhankelijkheid van natuurlijke hulpmiddelen te vergroten. Onderzoek van bijvoorbeeld McKinsey wijst uit dat de introductie van de circulaire economie in ieder geval dit probleem deels oplost. Dat kan door het gebruiken en hergebruiken van natuurlijk kapitaal. Het helpt ook door de levenscyclus van producten te verlengen. Als het bedrijfsleven de weg van de circulaire economie zou inslaan, dan zou dat Europese bedrijven tegen 2030 een kostenbesparing kunnen opleveren van € 600 miljoen per jaar en economische voordelen kunnen bezorgen van € 1,8 biljoen.

 

Uit het McKinsey onderzoek komt naar voren dat alle 28 onderzochte sectoren de mogelijkheid in zich hebben om tenminste 3 of 4 circulaire activiteiten te ontplooien van in totaal 6. Die activiteiten verbeteren de prestaties van de bedrijven en verlagen de kosten. De meest gangbare activiteiten zijn inzetten op renewable energy en op hernieuwbare materialen; het promoten van het delen van een product en/of het verlengen van de levenscyclus door onderhoud en slimmer design; de derde gangbare benadering is om de efficiency van het product te verhogen en het verminderen van verspilling in de supply chain. De vierde is om onderdelen en materialen binnenshuis te houden door ze te recyclen en opnieuw in productie te nemen. De vijfde benadering is door goederen en diensten te virtualiseren en de zesde is om oude materialen te vervangen door hernieuwbare.

 

Een drietal casestudies laat zien hoe dit alles in de praktijk werkt. De eerste leert dat het mogelijk is van afval een winstgevende activiteit te maken. Dat gebeurt nu in de zogeheten Opkomende Markten, waar steeds meer consumenten- en industrieel afval geproduceerd wordt dankzij de stijgende levenstandaard. Lokale overheden spenderen een steeds groter deel van hun budget om al dat afval te beheren. Het kan ook anders. Als de volumes maar groot genoeg zijn, dan kan afval omgetoverd worden in omzet en winst. Zodoende groeit een infrastructuur om supply chains van afval op te zetten en te beheren.


 

 

 

 




























Zo kunnen zogeheten polyethylene terephthalate (pet)flessen verbrand worden, maar de energiewinst daarbij is maar gering. Het terugwinnen van het materiaal door recycling levert meer op. In veel Opkomende Markten is het gebruikelijk om het metaal uit banden te winnen door ze te verbranden op open plekken. Dat gaat ten koste van gezondheid en milieu. Banden kunnen echter ook gaan dienen als industriële brandstof. Daardoor stijgt hun waarde tienvoudig. Banden verpulveren en dan gebruiken in de wegenbouw brengt nog meer op. Hetzelfde principe gaat op voor elektronisch afval. Recyclen op beperkte schaal is leuk, maar het gaat erom die schaal sterk te vergroten. Dan wordt het echt interessant. Het is goed om te bedenken dat er in een pond elektronisch afval vaak meer goud zit dan in een pond erts. Het kan wel een probleem zijn dat het opschalen van het bewerken van afval veel managementdiscipline en aandacht vereist.






































Ook de kledingindustrie biedt voorbeelden hoe het beter kan en moet. De kledingproductie is tussen 2000 – 2014 verdubbeld. In landen als Brazilië, China, Rusland groeien verkopen achtmaal zo snel als in de ontwikkelde landen, maar die laatste zijn nog steeds koplopers. Als de kloof tussen opkomende en ontwikkelde landen gedicht gaat worden, dan brengt dat grote kosten met zich mee voor het milieu. Het produceren van kleding eist veel water en gaat gepaard met het gebruik van veel chemicaliën. Het legt ook beslag op heel veel landbouwgrond en het stoot veel CO2 uit. Als de consument afscheid neemt van zijn oude kleding, dan zijn er nog geen nieuwe technologieën om het oude spul weer als grondstof te gebruiken voor nieuwe. De kledingindustrie begint zich bewust te worden van het probleem en zet nu de eerste stappen om met minder chemicaliën te werken en om de productie van bijvoorbeeld katoen te verbeteren. Tot dusverre is het wel zo, dat duurzame methoden meer kosten dan het klassieke. Dat lokt echter weer wel innovatie uit. Katoen kan bijvoorbeeld droogtebestendiger worden.



 

 




















De derde casestudy geldt de supply chain als veelbelovend voorbeeld van een circulaire aanpak. De consumentensector groeit de komende decennia wereldwijd met gemiddeld 5%. Die groei zal gepaard gaan met grote sociale en milieutechnische problemen, zoals een toenemende uitstoot van CO2. Als de sector te weinig oog heeft voor vervuiling dan kan dat grote reputatieschade tot gevolg hebben. Veel consumentenbedrijven zijn hiervan inmiddels doordrongen en nemen stappen, maar die stappen blijven meestal beperkt tot de organisatie zelf. Uit onderzoek blijkt dat de grootste winst in de supply chain te behalen valt. Juist daar is de aantasting van lucht, land en water het grootst. Maar juist daar laten de meeste bedrijven het nog afweten en bieden ze hun toeleveranciers niet de helpende hand.




































De casestudies moeten duidelijk maken, dat de circulaire economie weldegelijk kansen biedt aan bedrijven voor nieuwe winstgevende activiteiten voor het bedrijf zelf, maar ook voor de wijdere wereld. Circulair denken is nog verre van een vanzelfsprekendheid. Dat is goed te begrijpen. Het is moeilijk afscheid te nemen van vastgeroeste gewoontes. Het management is vaak bang voor de hoge aanloopkosten en voor ingrijpende veranderingen in de organisatie. Ook de consument kijkt vaak niet verder dan zijn neus lang is. Nog te vaak is de prijs doorslaggevend en niet duurzaamheid, waardoor veelbelovende initiatieven sneuvelen. Succes lijkt pas verzekerd als het circulair denken brede ingang vindt bij bedrijven, onderzoekers, politici en de burger. Het is hier duidelijk een geval van de cost gaet voor de baet uyt.